Burgemeester mag man tijdelijk toegang tot woning ontzeggen

Bij een dreigende verstoring van de openbare orde mag de burgemeester mensen die gevaar lopen tijdelijk uit hun woning plaatsen. Hij moet dan wel frequent onderzoeken of handhaving van een dergelijk bevel nog gerechtvaardigd is.

Een man is veroordeeld voor het bezit van synthetische drugs. Nadat hij zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten, is hij weer bij zijn partner in Eindhoven gaan wonen. Kort daarna, op 28 november 2010, is de woning met een automatisch wapen beschoten. De man heeft de woning vervolgens gedurende enkele weken vrijwillig verlaten. Op 5 februari 2011 is in de woning veiligheidsglas aangebracht, waarna de bewoners naar hun woning zijn teruggekeerd. Naar aanleiding van het schietincident heeft de burgemeester van Eindhoven, de heer van Gijsel, op 16 februari 2011, op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, besloten dat de man tot 16 mei 2011 niet in of nabij de woning mag komen.

Art. 172 lid 3 Gem.wet:
De burgemeester is bevoegd bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde.

De man heeft tegen het besluit van de burgemeester een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter wijst er in zijn vonnis op dat de burgemeester beoordelingsvrijheid toekomt bij de beantwoording van de vraag of er sprake was van ernstige vrees voor het ontstaan van verstoring van de openbare orde. Dit oordeel kan de rechter slechts terughoudend toetsen. Hij dient te beoordelen of verweerder op het moment dat hij het bevel gaf in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat sprake was van ernstige vrees voor het ontstaan van verstoring van de openbare orde. Bij deze toetsing dient te worden uitgegaan van de informatie die verweerder op dat moment ter beschikking stond.(1)

Motivering

Ondanks dat in het bestreden besluit niet duidelijk wordt op welke concrete informatie de burgemeester zijn ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde heeft gebaseerd, geeft de voorzieningenrechter hem in deze zaak vooralsnog het voordeel van de twijfel. Verweerder zal in de nog te nemen beslissing op bezwaar echter alsnog uitdrukkelijk moeten motiveren op basis van welke concrete en actuele informatie hij tot de conclusie is gekomen dat er sprake is van ernstige vrees voor het ontstaan van verstoring van de openbare orde indien verzoeker naar zijn woning terugkeert. Aangezien sprake is van een gebrek dat in de bezwaarfase kan worden hersteld, ziet de voorzieningenrechter hierin geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Grondrechten en waarborgen

Maar maakt het feit dat de burgemeester een inwoner van zijn woonplaats de toegang tot zijn woning ontzegd geen inbreuk op grondrechten of mensenrechten? Jazeker, maar in dit geval is deze inbreuk volgens de bestuursrechter gerechtvaardigd. Daarbij heeft de rechter onder meer meegewogen dat de betrokken man van overheidswege aangeboden hulp en beveiliging om hem moverende redenen heeft geweigerd en dat eventueel volgend geweldsincident ernstig gevaar kan opleveren voor de bewoners van woningen in de omgeving.

Wèl is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bestreden besluit vooralsnog onvoldoende waarborgen biedt dat de inbreuk op verzoekers grondrechten in tijd zo beperkt mogelijk zal zijn. Gelet op de aard van de inbreuk, mag van verweerder worden verwacht dat hij zich frequent op de hoogte stelt van de stand van zaken in het onderzoek naar de verdachten van het schietincident en van de ernst van de bestaande dreiging en hij zich, ook indien dat onderzoek niet leidt tot aanhoudingen, er telkens van vergewist of in verband met die mate van ernst handhaving van het bevel nog wel gerechtvaardigd is.

Voetnoten

1
Vz. Rb. ’s-Hertogenbosch 25 maart 2011, LJN BP9061.