Machtiging noodzakelijk voor mondeling toelichten van cassatiemiddelen

Ook voor de mogelijkheid het door het Openbaar Ministerie ingestelde beroep in cassatie mondeling tegen te spreken, heeft een advocaat een volmacht van zijn cliënt nodig.

Een advocaat heeft een verzoek ingediend bij de Hoge Raad der Nederlanden het door de Advocaat-Generaal bij het Gerechtshof Leeuwarden ingestelde beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Hof van 12 februari 2007 mondeling te mogen bespreken. Aangezien hij geen contact had gehad met zijn cliënt, bezat hij niet de volmacht die krachtens artikel 452, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering vereist is om een schriftelijke toelichting te kunnen geven op het cassatieschriftuur van de Advocaat-Generaal. Artikel 438, tweede lid, aanhef en onder a, maakt het echter mogelijk dat in situaties waarin niet wordt volstaan met het overleggen van een schriftelijke toelichting, de advocaat de Hoge Raad ook kan verzoeken de zaak in een meervoudige kamer te behandelen, opdat hij het door het Openbaar Ministerie ingestelde beroep in cassatie mondeling kan tegenspreken. Van deze mogelijkheid wilde de advocaat gebruik maken, omdat hij meende dat hiervoor geen volmacht van zijn cliënt nodig zou zijn.

Eis van een volmacht

In cassatie heeft de Hoge Raad deze lezing van het Wetboek van Strafvordering echter niet gevolgd. Volgens de Hoge Raad moet, gezien de samenhang tussen artikel 452, tweede lid, en artikel 438, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, worden aangenomen dat een advocaat een door het openbaar ministerie ingesteld beroep in cassatie slechts mondeling kan tegenspreken indien hij verklaart daartoe door degene namens wie hij optreedt, bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd.(1) Aangezien dit niet het geval was, werd het verzoek van de betreffende advocaat afgewezen.

Voetnoten

1
HR 29 september 2009, LJN BJ8881.