Verkiezingswetgeving in België

Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat;(1) België een federatie.(2) Anders dan in Nederland, kent men in België diverse wetten die bepalingen over het Kiesrecht bevatten. In deze bijdrage loop ik er een aantal langs en stip ik enkele bijzonderheden aan.

Senaat en Kamer van Volksvertegenwoordigers

De verkiezing van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat is geregeld in het Kieswetboek.(3) Dit wetboek, dat al sinds 1894 meegaat, kent tien titels. Het vangt aan met bepalingen omtrent het actief kiesrecht: kiesgerechtigdheid (Titel I), kiezerslijsten (Titel II) en de indeling van kiezers en stembureaus (Titel III). Daarna volgen twee titels over de gang van zaken gedurende de dag van stemming (Titel IV en IVbis) gevolgd door titels over straffen (Titel V) en sancties voor het niet voldoen aan de stemplicht (Titel VI). Na een titel over de verkiezing van de gemeenschapssenatoren en van de senatoren door de Senaat (Titel VII) volgen nog twee (bijna lege) titels: één over verkiesbaarheid (Titel VIII) en één met bepalingen die wel in het Kieswetboek opgenomen moesten worden maar onder geen enkele titel te plaatsen waren (Titel IX).

Vanuit Nederlands perspectief zijn er twee dingen die bij eerste lezing direct in het oog springen. Dat is op de eerste plaats de opkomstplicht voor iedere kiesgerechtigde Belg; ook zij die in het buitenland verblijven (art. 207 Kieswetboek). Wie onmogelijk aan de stemming deel kan nemen moet vooraf aan de vrederechter verantwoording voor zijn verzuim afleggen en kan daarmee strafvervolging ontlopen (art. 208 Kieswetboek). Wie dit nalaat en niet deelneemt aan de verkiezing op federaal niveau riskeert een geldboete van tussen de 27,5 en 55 euro; een vervangende gevangenisstraf kan ingevolge artikel 210 Kieswetboek niet worden opgelegd.
Een ander opvallend verschil, is dat in het Belgische Kieswetboek, anders dan in de Nederlandse Kieswet, sinds 20 januari 2003 ook een bepaling is opgenomen die de aanwezigheid van vrouwen in de politiek stimuleert. Artikel 117bis bepaalt ter zake dat politieke partijen evenveel mannen als vrouwen op hun kieslijst moeten opnemen, op één eenheid na. Bovendien moeten de plaatsen 1 en 2 op de kieslijst worden ingenomen door kandidaten met een verschillend geslacht. Daarmee heeft de Belgische federale wetgever uitvoering gegeven aan artikel 11bis van de Belgische Grondwet(4), waarin o.a. staat dat de wet de gelijke uitoefening van rechten en vrijheden voor mannen en vrouwen moet bevorderen als ook hun gelijke toegang tot de door verkiezing verkregen mandaten en de openbare mandaten.

Regionale verkiezingen

België is een federatie.(5) Deze federatie bestaat uit drie gemeenschappen en drie gewesten. De gemeenschappen zijn in hoofdzaak opgericht om de culturele eigenheid van de Nederlandstalige, de Franstalige en de Duitstalige bevolking in België te beschermen. Zij hebben bevoegdheden in persoonsgebonden aangelegenheden, zoals: jeugdbescherming, onderwijs en cultuur. Naast de gemeenschappen bestaan er gewesten. De gewesten zijn opgericht om beter te kunnen inspelen op de economische eigenheid van bepaalde gebieden. Zij hebben economische en plaatsgebonden bevoegdheden op gebieden als: vervoer, ruimtelijke ordening en waterbeleid.(6) Het grondgebied van gewesten en gemeenschappen overlapt elkaar; al liggen de grenzen niet overal op dezelfde plek. Dit is niet bezwaarlijk, omdat ze ieder eigen bevoegdheden hebben. Het resultaat is wel dat België naast het federale parlement nog vijf andere parlementen kent. Dat het er geen zes zijn is te danken aan Vlaanderen, waar de instellingen van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest van meet af aan zijn samengevoegd. Het Vlaams Parlement oefent dus zowel de bevoegdheden van het Parlement van het Vlaams Gewest als de bevoegdheden van het Parlement van de Vlaamse Gemeenschap uit.(7) De vier andere parlementen zijn: het Parlement van de Waalse Gemeenschap, het Parlement van de Duitse Gemeenschap, het Parlement van het Waals Gewest en het Parlement van Brussel Hoofdstedelijk Gewest.

Het Vlaams Parlement

Het Vlaamse Parlement telt 124 rechtstreeks gekozen leden. 118 Leden worden gekozen door kiesgerechtigden die in een gemeente wonen die binnen het grondgebied van het Vlaams Gewest valt.(8) Daarnaast zijn er 6 leden die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest woonachtig zijn.(9) Of er bij de verkiezing van de leden van het Vlaams Parlement gebruik wordt gemaakt van districten, is aan het Vlaams parlement. Tot de zetelverdeling worden enkel toegelaten, de lijsten die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen behaald hebben in de kieskring waar zij voor stemming aan de kiezers voorgedragen werden.(10)

Het Waals Parlement

Het Waals Parlement bestaat uit 75 rechtstreeks gekozen leden.(11) Zij worden gekozen door het deel van de kiesgerechtigde bevolking dat in een gemeente op het grondgebied van het Waals gewest woonachtig is. Of er bij de verkiezing van de leden van het Vlaams Parlement gebruik wordt gemaakt van districten, is aan het Waals Parlement. Ook hier geldt een kiesdrempel van 5%.

Het Parlement van de Franse Gemeenschap

Het parlement van de Franse Gemeenschap telt 94 leden. Deze leden worden niet rechtstreeks gekozen, maar zijn deels afkomstig uit het Waals Parlement en deels uit de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement.(12)

Het Parlement van de Duitse Gemeenschap

Het Parlement van de Duitse gemeenschap kent 25 leden. De leden van het Parlement worden verkozen door de kiezers van de gemeenten die deel uitmaken van het Duitse taalgebied.(13) De wijze waarop de verkiezingen worden georganiseerd, is gewijzigd door de Wet tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitse Gemeenschap wordt gekozen; das Gesetz über die PDG-Wahlen.(14)

Het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Het parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat uit 89 leden(15) en wordt iedere vijf jaar gekozen.(16) Het Parlement bestaat uit twee taalgroepen: een Nederlandse taalgroep en een Franse taalgroep. De kandidaten van de Nederlandse taalgroep en de kandidaten van de Franse taalgroep worden op afzonderlijke lijsten voorgedragen.(17)

Provinciale en gemeentelijke verkiezingen

Het vaststellen van regelgeving aangaande de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden is een gewestelijke bevoegdheid. Voor het Vlaams Gewest is de regelgeving grotendeels te vinden in het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.(18) Een paar bijzondere bepalingen met betrekking tot de gemeenteraadsverkiezingen zijn nog achtergebleven in de Wet Gemeentekieswet(19) en voor de verkiezing van de Provincieraad is ook het Decreet Provinciedecreet van belang.(20) In het Waals Gewest zijn de provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen geregeld in de Code de la démocratie locale et de la décentralisation.(21) De regelgeving in Vlaanderen en Wallonië is op dit punt vergelijkbaar; al kent zij ook verschillen. Zo is het politieke partijen, lijsten en kandidaten in Vlaanderen verboden om in de drie maanden voorafgaand aan gemeenteraadsverkiezingen geschenken en gadgets uit te delen.(22) Een soortgelijke bepaling heb ik voor gemeenteraadsverkiezingen in Wallonië niet kunnen vinden. Voor gemeenten binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is regelgeving voor de gemeenteraadsverkiezingen te vinden in het Brussels Gemeentelijk Kieswetboek.(23)

Beperkingen

Het bovenstaande overzicht is niet uitputtend. Op regionaal niveau zijn de districtsraadverkiezingen en de verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn onbehandeld gebleven. Daarnaast kunnen in gemeenten die uit meerdere stadsdelen bestaan ook stadsdistrictsverkiezingen gehouden worden.

Voetnoten

1
C.A.J.M. Kortmann, Constitutioneel recht, Deventer: Kluwer 2008, p. 44. en 73.
2
C.A.J.M. Kortmann, Constitutioneel recht, Deventer: Kluwer 2008, p. 44.
3
Kieswetboek (Dossiernummer: 1894-04-12/30).
4
Vgl. art. 11b Grondwet van België (Dossiernummer 1994-02-17/30).
5
Vgl. art. 1 Grondwet van België (Dossiernummer 1994-02-17/30).
6
J. van de Lanotte, G. Goedertier en S. Bracke, België voor beginners, Wegwijs in het Belgisch labyrint, Brugge: die Keure 2008, p. 30–33.
7
Art. 1, § 1, Bijzondere wet tot hervorming der instellingen (Dossiernummer: 1980-08-08/02).
8
Art. 25 Bijzondere wet tot hervorming der instellingen (Dossiernummer: 1980-08-08/02).
9
Art. 24, § 1, Bijzondere wet tot hervorming der instellingen (Dossiernummer: 1980-08-08/02).
10
Art. 29ter Bijzondere wet tot hervorming der instellingen (Dossiernummer: 1980-08-08/02).
11
Art. 24, § 2, Bijzondere wet tot hervorming der instellingen (Dossiernummer: 1980-08-08/02).
12
Art. 24, § 3, Bijzondere wet tot hervorming der instellingen (Dossiernummer: 1980-08-08/02).
13
Wet tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap (Dossiernummer: 1983-12-31/40).
14
Wet tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen (Dossiernummer: 1990-07-06/34).
15
Art. 10 Bijzondere wet met betrekking tot de Brusselse Instellingen (Dossiernummer: 1989-01-12/30).
16
Art. 11 Bijzondere wet met betrekking tot de Brusselse Instellingen (Dossiernummer: 1989-01-12/30).
17
Art. 17 Bijzondere wet met betrekking tot de Brusselse Instellingen (Dossiernummer: 1989-01-12/30).
18
Het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 (Stb. 25 augustus 2011, nr. 54542).
19
Wet Gemeentekieswet (Stb. 12 augustus 1932, nr. 4403).
20
Decreet Provinciedecreet (9 december 2005).
21
Code de la démocratie locale et de la décentralisation
22
Art. 194 Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.
23
Brussels Gemeentelijk Kieswetboek (Dossiernummer 1932-08-04/31).