Huisvestingsverordening ook van toepassing op particuliere koopwoningen

Het delegeren van de huisvestingsvergunningsbevoegdheid aan een woonbedrijf, heeft geen invloed op de toepasselijkheid van bepalingen in de Huisvestingsverordening betreffende de omzettingsvergunning op particuliere koopwoningen.

Een koopwoning in de gemeente Stede Broec is omgezet van een zelfstandige naar een onzelfstandige woonruimte. Dat betekent dat de woning geen eigen toegangsdeur meer heeft die van binnen en buiten op slot kan worden gedaan. Appellant heeft het college van burgemeester en wethouders van Stede Broec gevraagd handhavend op te treden tegen deze wijziging, omdat deze in strijd met de Huisvestingswet zou zijn. Het college heeft dit evenwel geweigerd.

Art. 30 Huisvestingswet

Artikel 30 van de Huisvestingswet bevat een verbod om een woonruimte zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders te wijzigen van een zelfstandige in een onzelfstandige woonruimte. Dit verbod strekt ertoe de bestaande woonruimtevoorraad te behouden dan wel de huidige samenstelling daarvan te handhaven. Het verbod geldt niet voor alle woonruimten. Het verbod geldt alleen voor woonruimten die door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening zijn aangewezen.

De Huisvestingsverordening

In artikel 17, eerste lid, onderdeel c, van de Huisvestingsverordening gemeente Stede Broec 2007, is bepaald dat artikel 30 van de Huisvestingswet van toepassing is op koopwoningen met een koopprijs beneden de koopprijsgrens. De bevoegdheid om de koopprijsgrens vast te stellen, ligt bij het college van burgemeester en wethouders (vgl. artikel 1, onderdeel N, Huisvestingsverordening). Ten tijde dat de woning werd gekocht, bedroeg deze €167.500. De woning is verkocht voor €172.000; boven de grens. Voor de wijziging was dus geen vergunning nodig.

Particuliere koopwoning

Bij de Afdeling heeft appellant betoogd dat artikel 17 van de Huisvestingsverordening niet van toepassing is op particuliere koopwoningen. Op 27 december 2007 zou de gemeenteraad van Stede Broec de uitvoering van de Huisvestingsverordening volledig hebben gedelegeerd aan woonbedrijf De Woonschakel Friesland. Daarbij zou ook bepaald zijn dat de Huisvestingsverordening uitsluitend van toepassing is op woningen van corporaties en gemeentelijke woningbedrijven. Als de rechter de redenering van appellant zou hebben gevolgd, dan had dit betekend dat voor particuliere koopwoningen nooit een omzettingsvergunning verleend had kunnen worden. Volgens de Afdeling berustte de stelling van appellant evenwel op een verkeerde lezing van het voorstel. Zoals het college te kennen heeft gegeven heeft het voorstel betrekking op de huisvestingsvergunning en niet op de omzettingsvergunning. In het kader van de huisvestingsvergunning is voorgesteld de artikelen die daarop betrekking hebben niet langer op te nemen in de Hvv en in het verlengde daarvan hoofdstuk 2 van de Hvv slechts van toepassing te verklaren op woningen van corporaties en gemeentelijke woonbedrijven. Uit het feit dat het college de uitvoering van de Hvv in zoverre heeft gedelegeerd aan het woonbedrijf volgt derhalve niet dat de Hvv niet van toepassing is op particuliere koopwoningen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de bepalingen die zijn opgenomen in hoofdstuk 2 “verdeling van huurwoningen” van de Hvv alleen van toepassing zijn op woonruimten in eigendom bij het woonbedrijf en dat de Hvv voor het overige tevens van toepassing is op particuliere koopwoningen.(1)

Voetnoten

1
ABRvS 26 september 2012, LJN BX8285.