Weigering toestemming terrasuitbreiding niet in strijd met gelijkheidsbeginsel

Een horecaondernemer krijgt geen toestemming van de burgemeester om zijn terras uit te breiden. Andere cafés en restaurants in de binnenstad van Utrecht mogen dat wel. Toch is er geen strijd met het gelijkheidsbeginsel.

De eigenaar van een horecagelegenheid aan de Oudegracht in Utrecht heeft de burgemeester van die stad gevraagd zijn exploitatievergunning en drank- en horecawetvergunning te wijzigen. Zijn huidige vergunningen staan hem toe aan weerszijden van de ingang van de horecagelegenheid een terras te plaatsen met afmetingen van 2 meter breed en anderhalve meter diep. De eigenaar wil de terrasoppervlakte echter graag bijna verdubbelen: 11,7 m².

Weigeringsgronden

De burgemeester heeft geweigerd de voor de terrasvergroting noodzakelijke wijzigingen in de vergunningen voor de horecagelegenheid aan te brengen. Volgens de burgemeester zou vergroting van het terras teveel afbreuk doen aan de vrije doorgang van het verkeer, waaronder voetgangers en fietsers, en het veilig en doelmatig gebruik van de weg.(1) Daarbij heeft hij er in de eerste plaats op gewezen dat de zogenoemde rabatstrook – een kantstrook, van ander materiaal en/of in een afwijkende kleur, langs het verharde wegdek – grotendeels door het beoogde terras zou worden benut. Op de tweede plaats is het deel van de Oudegracht waar de horecagelegenheid zich bevindt, hoofdfietsroute door de binnenstad van Utrecht. En bovendien zou het beoogde terras een snelle hulpverlening in gevaar brengen.

Terrassen bij andere cafés en restaurants

Bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de eigenaar van de horecagelegenheid gewezen op andere horecagelegenheden in de binnenstad van Utrecht die wél een groter terras mogen uitbaten, terwijl de argumenten die aan de weigering van zijn aanvraag ten grondslag liggen ook op die cafés en restaurants van toepassing zijn. De eigenaar meent dat de burgemeester in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld.

Geen gelijke situaties

Dit beroep heeft de eigenaar van de horecagelegenheid evenwel niet kunnen baten. Volgens de Afdeling heeft de burgemeester zich op het standpunt mogen stellen dat hij dient uit te gaan van de bestaande weginrichting en het bestaande gebruik daarvan en dat deze op de door de horecaondernemer aangehaalde plekken anders zijn dan op het gedeelte van de Oudegracht waar het horecabedrijf van appellant is gevestigd. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, zoals de burgemeester onweersproken heeft gesteld, de terrassen aan de Vismarkt en op de Donkere Gaard reeds lang geleden zijn vergund op basis van de toenmalige regelgeving. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de door [appellant] aangehaalde situaties zodanig verschillen van het gedeelte van de Oudegracht waar het horecabedrijf van Robbedoes is gevestigd dat zich geen gelijk of gelijk te stellen geval voordoet.(2)

Voetnoten

1
Vgl. art. 2, eerste lid, jo. 10, tweede lid, Horecaverordening Utrecht 2004 jo. artikel 2, onderdelen a en b, Terrassenreglement.
2
ABRvS 26 september 2012, LJN BX8282.