Vreemdeling niet-ontvankelijk tegen afwijzing subsidieverlening aan hulporganisatie

Een derde met een financieel belang bij een beschikking kan tegen een afwijzing van een aanvraag geen rechtsmiddelen aanwenden. Ook niet als die derde een vreemdeling is wiens huisvesting met de aangevraagde subsidie bekostigd zou worden.

Een vreemdeling woonde in een huis dat gehuurd werd door de stichting Leger des Heils. Nadat zijn verblijfsvergunning en de aan hem toegekende WWB-uitkering waren ingetrokken, is de Stichting Noodopvang Papendrecht (hierna: SNP) in zijn onderhoud gaan voorzien. Deze stichting heeft het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht gevraagd om de vreemdeling en zijn gezin financieel te ondersteunen. Deze aanvraag is door het college gedeeltelijk afgewezen, omdat het anders het landelijk beleid van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel - de heer G.B.M. Leers (Gerd) - zou doorkruisen. Tegen deze afwijzing is de vreemdeling zelf gaan procederen.

Subsidie voor aanwijsbare derden

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artt. 8:1, eerste lid jo. 7:1, eerste lid) kan uitsluitend een belanghebbende bezwaar maken tegen een besluit. De wet definieert een belanghebbende als: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.(1) De vreemdeling stelde voor de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat zijn belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken, omdat zonder subsidie van het college niet langer in zijn opvang kan worden voorzien. Bovendien zou de wél aan de SNP toegekende subsidie uitsluitend bedoeld zijn geweest voor hulp aan hem en zijn gezin. Men zou kunnen stellen dat de subsidie is toegekend aan SNP om een aanwijsbare derde te helpen. Kan deze derde dan bestuursrechtelijke rechtsbescherming zoeken tegen een (gedeeltelijke) afwijzing daarvan?

Afgeleid belang

In beroep beantwoordde de voorzieningenrechter deze vraag ontkennend en de Afdeling heeft dit antwoord bevestigd. De SNP is de aanvrager en bij toewijzing de begunstigde van de subsidie. Weliswaar heeft [appellant] een financieel belang bij het al dan niet verstrekken van die subsidie, maar dit is een van de SNP afgeleid belang en maakt hem niet rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.(2) Er zijn overigens wel situaties denkbaar waarin de derde toch als belanghebbende kan worden aangemerkt. De Afdeling zegt daarover: Dit zou anders kunnen zijn als [appellant] door het besluit zou worden geraakt in een fundamenteel recht, zoals het recht op leven, werk of woning, ter bescherming waarvan toegang tot de bestuursrechter hem niet onthouden zou mogen worden. In dit geval is niet gebleken van aantasting van een dergelijk fundamenteel recht door de weigering subsidie aan de SNP te verstrekken. [appellant] en zijn gezin worden vanaf begin 2010 opgevangen zonder dat daarvoor (…) subsidie is aangevraagd bij of is toegekend door het college.

Korte notitie

In het kort komt bovenstaande beslissing er op neer dat als de SNP de vreemdeling en zijn gezin op straat had gezet vanwege een tekort aan liquide middelen, de vreemdeling wel belanghebbende zou zijn geweest. Nu er voor opvang is gezorgd was de subsidie blijkbaar niet noodzakelijk voor de verwezenlijking van een fundamenteel recht en wordt de vreemdeling conform de normale regels niet als belanghebbende aangemerkt.

Voetnoten

1
Art. 1:2 lid 1 Awb.
2
ABRvS 19 september 2012, LJN BX7724.