Afspraak tot geheimhouding en de Wob

Een afspraak met één van de betrokken partijen omtrent geheimhouding kan een factor van belang zijn bij de toepassing van de weigeringsgronden in de Wob, voor zover het gaat om gegevens die slechts op grond van de belofte van geheimhouding zijn verstrekt.

De krant Brabants Dagblad heeft bij gedeputeerde staten van Noord-Holland gevraagd de hoogte van toegekende inkomenssuppleties aan drie met name genoemde functionarissen van de provincie openbaar te maken. Daarnaast wil de krant inzage in de besluiten aangaande ontslagverlening aan vorenbedoelde personen. Gedeputeerde staten heeft dit geweigerd. Zij meent dat het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Bovendien heeft het bestuursorgaan met één van de betrokken ambtenaren een geheimhoudingsovereenkomst getekend.

Persoonlijke levenssfeer

Een bestuursorgaan kan weigeren informatie die met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) wordt opgevraagd te verstrekken, indien het belang van openbaarmaking van die informatie niet opweegt tegen de schending van de persoonlijke levenssfeer die dit tot gevolg zou hebben. Dit is neergelegd in artikel 10, tweede lid, onder e, van die wet. In deze zaak betrof het de gegevens van slechts drie ambtenaren. De Afdeling overwoog dienaangaande: Anonimisering van gegevens kan in dit verband geen soelaas bieden, nu bekend is op wie de gegevens betrekking hebben; het doorhalen van delen van documenten kan voor het overige wel in aanmerking komen.

Geheimhouding

Bij het afwegen van belangen heeft gedeputeerde staten meegewogen dat het Wob-verzoek is ingediend door een krant. Verstrekking van de informatie zal derhalve hoogstwaarschijnlijk tot een publicatie leiden. De Afdeling is echter zeer duidelijk in zijn oordeel over dit standpunt. Volgens vaste jurisprudentie staat de wet echter niet toe dat rekening wordt gehouden met het doel waarvoor de informatie is gevraagd. Voor zover het college aanvoert dat rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat met één van de betrokkenen geheimhouding is overeengekomen, oordeelt de Afdeling dat dit een factor van belang kan zijn voor zover het gaat om gegevens die slechts op grond van de belofte van geheimhouding zijn verstrekt. Daarvan is echter niet gebleken.(1)

Beslissing

Medische aandoeningen, de salarisschaal waarin iemand valt, het uitbetaalde salaris en de salarisschalen waarin iemand elders zou kunnen worden benoemd, zijn stuk voor stuk gegevens waarvan openbaarmaking in onderhavig geval een onnodige inbreuk zou maken op de persoonlijke levenssfeer van de betrokken ambtenaren. Voor het overige zag de bestuursrechter evenwel geen grond voor het oordeel dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het belang van openbaarmaking niet zou opwegen tegen het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De opgevraagde gegevens moesten dus – met doorhaling van enkele privacygevoelige details – door het bestuursorgaan worden verstrekt.

Voetnoten

1
ABRvS 20 juni 2007, LJN BA7618.