Na verkiezingsperiode is Wob van toepassing op kandidatenlijsten

Na de verkiezingsperiode is de Wob van toepassing op kandidatenlijsten en verklaringen van ondersteuning.

Appellant heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop op 26 januari 2011 gevraagd hem kopieën van de kandidatenlijsten en de verklaringen van ondersteuning ten behoeve van de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Nieuwkoop in 2010 toe te sturen. Toen het college de gevraagde gegevens niet snel genoeg verstrekte, is hij een juridische procedure tegen het college gestart. Een belangrijk twistpunt in dit geschil was of appellant een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht had ingediend.

Art. 1:3 lid 3 Awb:
Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk, omdat de kandidatenlijsten en de verklaringen van ondersteuning tijdens de verkiezingsperiode reeds voor een ieder ter inzage hebben gelegen en daarna niet nogmaals op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (afgekort: Wob) openbaar zouden kunnen worden gemaakt. Tegen deze beslissing ging appellant in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Onder verwijzing naar een eerdere uitspraak van 5 oktober 2011 herhaalde de Afdeling dat de voor de verkiezingen noodzakelijke openbaarmaking van kandidatenlijsten door de Kieswet uitputtend is geregeld. Uit dit systeem van de Kieswet vloeit voort dat de Wob gedurende de verkiezingsperiode niet van toepassing is op kandidatenlijsten. Na afloop van de verkiezingsperiode staat de Kieswet niet in de weg aan toepassing van de Wob. (…) Derhalve heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de documenten niet door toepassing van de Wob openbaar gemaakt kunnen worden en dat een beslissing op het verzoek van [appellant] niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb.(1)

Voetnoten

1
ABRvS 11 april 2012, LJN BW1571. Ook gepubliceerd in: AB 2012, 193 m.nt. P.J. Stolk.