Bijstandsgerechtigde moet alles wat op geld waardeerbaar is melden

Ouders die financieel bijspringen of de auto kosteloos ter beschikking stellen, onbetaald vrijwilligerswerk doen en daar zo af en toe iets voor toegestopt krijgen, of kalenders verkopen voor het goede doel …, in al deze gevallen zijn de activiteiten op geld waardeerbaar en moet de bijstandsgerechtigde er melding van maken bij het college van burgemeester en wethouders.

Een alleenstaande vrouw ontving sinds 15 juni 2009 een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (afgekort: WWB). Naar aanleiding van een tip van de belastingdienst is het college van burgemeester en wethouders van Raalte – dat met de uitvoering van de genoemde wet is belast – een onderzoek naar haar gestart. Daarbij is ontdekt dat de vrouw maandelijks €100,- van haar ouders kreeg toegestopt en kosteloos de auto van haar moeder mocht gebruiken, dat zij nagenoeg elke zondag twee uur vrijwilligerswerk deed en zelfgemaakte kalenders verkocht. Dit alles had de vrouw niet aan het college gemeld. Daarmee had zij volgens het college haar inlichtingenplicht geschonden, hetgeen op 23 maart 2010 leidde tot een sanctie. Het college van burgemeester en wethouders heroverwoog de bijstandsuitkering en vorderde € 5.504,80 terug. Na een juridische procedure werd dit bedrag teruggebracht tot € 4.772,73, maar de vrouw hield vol geen informatie achter te hebben gehouden en ging in hoger beroep.

Financieel extraatje

In hoger beroep wees de Centrale Raad van Beroep erop dat de vrouw bij de aanvraagrapportage van 4 augustus 2009 voor haar uitkering desgevraagd heeft gezegd dat haar ouders in de drie maanden daarvoor financieel zijn bijgesprongen, omdat zij op dat moment geen inkomsten had. Uit het door het college uitgevoerde onderzoek blijkt evenwel dat ook toen de bijstandsuitkering was toegekend de ouders maandelijks 100 euro bleven storten op de bankrekening van hun dochter. Ook is gebleken dat zij voortdurend de beschikking had over de auto van haar moeder en dat haar ouders de aan het autogebruik verbonden kosten, als belastingen en verzekeringen, betaalden. Dit had de vrouw niet vermeld op het formulier dat zij bij de aanvraag om bijstand heeft ingevuld. De rechter oordeelde daarom: Het moest appellante redelijkerwijs duidelijk zijn dat deze gegevens van invloed konden zijn op haar recht op bijstand. Door deze niet te melden heeft appellante de inlichtingenverplichting geschonden. Het maandelijks ontvangen bedrag van € 100,—en het door de ouders betaalde gebruik van de auto ter waarde van € 83,76 zijn terecht als inkomsten respectievelijk inkomsten in natura aangemerkt. Het college was bevoegd om met ingang van 15 juni 2009 deze inkomsten op de bijstand in mindering te brengen en de bijstand te herzien.

Verkoop van kalenders

De bijstandsgerechtigde vrouw heeft voor de rechter erkend dat zij haar inkomsten uit de fotoshoot had moeten melden, maar bestreed dat zij bij het college mededeling had moeten doen van de zelfgemaakte kalenders en verkoop daarvan. De opbrengst van de kalenders was immers voor het goede doel: Stichting Dierenthuis. Die omstandigheid mocht haar echter niet baten. Het geld dat appellante ontving uit de verkoop van kalenders is op haar bankrekening gestort. Appellante kon over dat geld beschikken. Het is door het college terecht aangemerkt als inkomen. Het moest appellante redelijkerwijs duidelijk zijn dat ook deze gegevens van invloed konden zijn op haar recht op bijstand. Door van de inkomsten uit de verkoop van de kalenders geen melding te maken heeft zij de inlichtingenverplichting geschonden.(1)

Notitie

Vier jaar geleden is op dit weblog een bijdrage geplaatst waarin een aantal uitspraken de revue zijn gepasseerd waarin mensen met een bijstandsuitkering inzicht moesten geven in hun financiële situatie. Deze uitspraak geeft een illustratie van gegevens die allemaal van belang kunnen zijn om het recht op een bijstandsuitkering vast te stellen. Bijstandsgerechtigden doen er goed aan volledige openheid van zaken te geven, want het niet voldoen aan een inlichtingenplicht heeft grote consequenties.

Voetnoten

1
CRvB 2 oktober 2012, LJN BX9204.