Wob-verzoek naar niet-bestaande documenten

Wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een document niet of niet meer bij hem berust en die mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, is het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om het tegendeel aannemelijk te maken.

Appellant heeft een handelsconflict met de staat Oeganda en wil weten welke documenten de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken hierover heeft. Na dossieronderzoek heeft de minister niet meer dan 18 documenten aangetroffen die op dit verzoek betrekking hebben. Appellant stelt echter dat er nog andere relevante stukken betreffende de inspanningen van de Staat met betrekking tot het handelsconflict moeten zijn en start een bestuursrechtelijke procedure.

In hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: Wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer bij hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, is het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch bij dat bestuursorgaan berust. De mededeling van de Minister dat geen andere relevante stukken bij hem berusten komt de Afdeling niet ongeloofwaardig voor. Met de enkele stelling van appellant dat er in 1985 een nota van de Nederlandse Ambassade te Nairobi is overhandigd aan de Oegandese zaakgelastigde te Nairobi is niet aannemelijk gemaakt dat deze nota dan wel enig ander relevant stuk ook daadwerkelijk bestaat, noch dat deze stukken bij de Minister berusten. Op grond hiervan heeft de rechtbank terecht overwogen dat de Minister zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat alle relevante stukken aan appellant zijn toegezonden en dat het verzoek om openbaarmaking van verdere relevante stukken dan ook terecht afgewezen is.(1)

Korte notitie

Als een bestuursorgaan aannemelijk kan maken dat een met een Wob-verzoek opgevraagd document niet (meer) onder hem berust, wordt de bewijslast omgedraaid en moet de aanvrager van deze informatie aannemelijk maken dat dit document wel degelijk nog bestaat. Een bestuursorgaan kan niet gedwongen worden een document te openbaren dat er niet is. Net zo min als het gedwongen kan worden informatie te geven die het zelf nog niet heeft vergaard.

Voetnoten

1
ABRvS 22 augustus 2007, LJN BB2171.