Namen supermarkten met resistente bacteriën in vlees niet openbaar

Het voorkomen van nodeloze verwarring bij consumenten is geen zelfstandige weigeringsgrond in de Wob, maar kan een onderdeel zijn van de belangenafweging die het bestuursorgaan maakt en die ertoe leidt dat bepaalde gegevens niet openbaar worden gemaakt.

Op 11 juni 2010 heeft iemand aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie verzocht om verstrekking van controlegegevens van de Voedsel en waren autoriteit (hierna: VWA) naar verontreinigde stoffen en resistente bacteriën in vlees. Het ging de aanvrager om alle controlegegevens die de VWA tussen 1 januari 1977 en 31 december 2009 heeft verzameld, de namen van bedrijven waar de monsters zijn genomen en (waar van toepassing) de actie die de VWA naar aanleiding van de onderzoeksresultaten heeft ondernomen. De minister wilde, gelet op artikel 10, tweede lid, onderdelen b en c, van de Wet openbaarheid van bestuur (afgekort: Wob), niet alle gevraagde gegevens ter beschikking stellen. In hoger beroep spitste de rechtsvraag zich toe op de vraag of de minister verplicht was de namen van de slagerijen en supermarkten waar de analyses zijn verricht te verstrekken.

De gronden voor de weigering

De minister wilde de namen van de slagerijen en supermarkten waar de analyses zijn verricht niet verstrekken. Het onderzoek dat de VWA naar verontreinigde stoffen en resistente bacteriën in vlees doet, is bedoeld om te kunnen beoordelen of er resistente bacteriën op vlees in de detailhandel voorkomen. Op basis daarvan wordt bepaald wat de risico’s zijn voor de volksgezondheid. Het betreft zogenoemd signalerend onderzoek; geen handhavingstraject. Op dit moment is het risico van dergelijke besmettingen nog onduidelijk en zolang dit risico niet vast staat zou openbaarmaking van de namen van de onderzochte supermarkten en slagerijen volgens de minister alleen tot nodeloze verwarring bij de consument leiden. Deze winkels zouden dan oneigenlijk, niet vermijdbaar en op onjuiste gronden (niet op basis van vergelijkend onderzoek) worden benadeeld. De risico’s van besmettingen zijn immers onbekend en bovendien is een bacteriële besmetting niet te voorkomen.

Onderzochte bedrijven niet-openbaar

In zijn beroepschrift bij de rechtbank heeft de eiser gesteld dat het, juist in een periode waarin onduidelijkheid bestaat over de risicocriteria, openbaarheid van groot belang is. Supermarkten bedienen zich van verschillende leveranciers en bovendien zouden er relevante verschillen tussen supermarkten kunnen bestaan. De rechtbank volgde dit pleidooi echter niet. Het vrijgeven van de gevraagde onderzoeksresultaten, gekoppeld aan de namen van de onderzochte bedrijven, kan ertoe leiden dat er bij consumenten en in de media onrust ontstaat over de mogelijke risico’s die het kopen en eten van vlees met zich brengt. Aangezien niet alle winkel(keten)s waar vlees wordt verkocht, zijn onderzocht, kan dit ertoe leiden dat de winkel(keten)s waar dit onderzoek wel heeft plaatsgevonden hiervan nadelige gevolgen ondervinden. (…) Eiser heeft terecht gesteld dat het voorkomen van nodeloze verwarring bij de consument, geen weigeringsgrond krachtens de Wob is. Naar het oordeel van de rechtbank moet dit punt evenwel worden gezien als onderdeel van de belangenafweging die verweerder heeft gemaakt en niet als een zelfstandige weigeringsgrond.(1)

Voetnoten

1
Rb. Zwolle 30 juli 2012, LJN BX7356.